Matthijs Bouman: wel commentaar maar geen begrip van monetaire hervorming

bouwman

Moet ons geldsysteem op de schop? RTL-Z huiseconoom Mathijs Bouman vindt van niet: ”We hebben de banken daar nou eenmaal voor aangewezen.”

Dat is een eigenaardige uitspraak van Matthijs Bouman. Want wanneer zijn de banken ooit voor de geldcreatie aangewezen? ‘Nooit’, is het goede antwoord. Ze hebben zichzelf die rol aangemeten.

Uitzondering is de uitgifte van bankbiljetten. Die is ooit (eind 19e eeuw) door de overheid ondergebracht bij de circulatiebank. Dat is de voorloper van de huidige centrale bank. Die biljetten-uitgifte is monetair van geen betekenis meer. De monetaire hervorming is er ook niet op gericht. Object van de beoogde hervorming is de girale geldomloop. Deze is nimmer aan commerciële banken opgedragen. Zij zijn het gewoon gaan doen en de overheid heeft ze hun gang laten gaan.

Dankzij de wereldoorlogen hebben banken enorm kunnen expanderen. Zodoende kon het girale bankgeld het internationale geldwezen gaan domineren. Na de tweede wereldoorlog is die positie verder uitgebreid en geconsolideerd. Overheden staat niet meer naast de banken, als monetaire autoriteit. Ze zijn schuldenaar van de banken, en doen wat hun schuldeisers hen vragen. Dat is de stand van onze democratie.

De noodzakelijke correctie hiervan –monetaire hervorming- ziet Bouman niet zitten. Hij stelt het zo:

Het monopolie op geldcreatie moet niet bij de overheid. Het is namelijk teveel gevraagd van die overheid om te bepalen wie geld mag lenen en hoe de toekomst eruit ziet.

Bouman ziet kennelijk een grote macht in geldcreatie. Wie de geldpers in handen heeft bepaalt hoe de toekomst eruit ziet. Stel dat dat waar is. Is onze toekomst bij commerciële banken dan in veilige hand?

Bouman lijkt zich niet echt te hebben verdiept in monetaire hervorming. Ja, het is juist dat de overheid de geldpers exclusief ter hand moet nemen. Maar nee, dat betekent niet dat de overheid gaat bepalen wie wel of geen geld leent. En nog minder ‘wie waarvoor beloond wordt in de economie.’ Bouman heeft duidelijk geen idee waar monetaire hervorming toe leidt.

Ook na de hervorming blijven banken hun intermediaire rol vervullen. Enig verschil is dat ze echt gaan intermediëren, tussen geldbieders en geldvragers. Kredietverlening met zelfgemaakt geld is er dan niet meer bij. Dit zorgt dat banken de risico’s die ze nemen serieuzer moeten afwegen. Ze worden meer dan nu blootgesteld aan de tucht van de markt.

Dat maakt het leven voor ambtenaren na de hervorming een stuk eenvoudiger. Anders dan Bouman meent blijven zij verre van kredietverlening. Net zo min gaan ze bepalen ‘wie beloond wordt in de economie’. Dat soort zaken blijven gewoon aan ‘de markt’. Die markt moet het alleen wat serieuzer gaan insteken. Ze kan de hand niet meer ophouden bij de politiek. En het spel niet meer vervalsen met zelf gemaakt geld. Als een bank failliet is na de hervorming, gaat zij failliet. De tucht van de markt gaat ook gelden voor banken. Dat is één van de effecten van de hervorming. Het staatscommunistisch beeld dat Bouman de hervorming toedicht spoort niet met de werkelijkheid. Bouman heeft het mis en misleidt het publiek. De hervorming versterkt de tucht van de markt. Laat hem dat de volgende keer scanderen. Dan zegt hij tenminste iets wat klopt.

Spaarders hoeven de hervorming overigens niet te vrezen. De tucht van de markt treft de bank en niet hun geld. Dat wordt door de hervorming juist zeker gesteld. Spaargeld is na de hervorming niet meer van de bank. Het blijft eigendom van de spaarder. Als je bank failleert blijft het geld op je bankrekening gewoon van jou. Dat is één van de voordelen van de hervorming, en een voorwaarde waaronder de tucht van de markt ook voor banken gelden kan.

We stellen vast dat Bouman iets te snel is met zijn commentaar. Het zou hem sieren zich eerst te verdiepen, en dan iets te roepen, wat ook terzake doet. Mocht hij nadere informatie willen; we zullen hem graag van dienst zijn.