Het burgerinitiatief Ons Geld zette geldschepping in 2015 op de politieke agenda. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) kwam hierop met het advies een veilige bewaarplaats te creëren voor giraal geld. Deze week blijkt dat de minister van Financiën dit advies naast zich neerlegt. Edgar Wortmann en Martijn Jeroen van der Linden van Stichting Ons Geld geven hun commentaar.

Toen wij in 2015 met de theatergroep De Verleiders het burgerinitiatief ‘Ons Geld’ lanceerden, konden wij niet vermoeden dat we daar vandaag nog mee bezig zouden zijn. De aanloop was moeizaam, en het onderwerp leek gedoemd in verwarring en abstracties te verzanden. Dat is intussen veranderd, mede dankzij het rapport Geld en schuld (2019) van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

Dinsdag gaf minister van Financiën Wopke Hoekstra zijn reactie op het rapport. Hij constateerde dat het kabinet ‘zowel in de politiek als in de samenleving (…) een toenemende interesse (ziet) voor het functioneren van het geldstelsel en de mogelijkheden om dit stelsel te verbeteren of anders in te richten.’

Daarmee is onze missie – publieke aandacht voor het geldstelsel – voor een belangrijk deel geslaagd. Toch zijn we nog niet waar we willen zijn.

Met burgerinitiatief ‘Ons Geld’ stelden we de fundamenten van ons geldstelsel aan de kaak. We betoogden dat de overheid haar monetaire verantwoordelijkheid had verwaarloosd, waardoor ons geldstelsel instabiel en onveilig is geworden. We riepen de overheid op om ‘schuldvrij geld’ te gaan scheppen, en banken geen staatssteun meer te verlenen.

Dankzij 110.000 ondertekenaars kwam onze petitie op de politieke agenda. Ook ontketende het een initiatief voor een depositobank, dat unanieme bijval kreeg van de Tweede Kamer. Dit proces was live te volgen op de site van Follow the Money: in een serie artikelen deed oprichter Richard van der Linde verslag van zijn pogingen om een depositobank van de grond te krijgen.

Digitaal contant geld

De digitalisering van geld speelt een essentiële rol in ons initiatief. Deze digitalisering maakt het mogelijk om de publieke geldfunctie te scheiden van risico’s van private banken, hetgeen het geldstelsel stabiel en veilig kan maken.

Die potentie bleef tot dusver echter onbenut. Banken hebben het geldstelsel naar zich toegetrokken door giraal geld te digitaliseren; contant geld is daarbij niet met de digitale tijd meegegaan. Hierdoor zijn onevenwichtigheden in het monetair-financieel systeem toegenomen. Giraal geld is gaan overheersen, en het publieke contante geld is gemarginaliseerd.

Giraal geld is echter instabiel: het kan niet bestaan zonder overheidsvangnetten en uitschakeling van marktprocessen. In het huidige stelsel is de overheid voortdurend in de weer om te zorgen dat wij het vertrouwen in de banken niet verliezen. Zonder dat vertrouwen is de girale geldomloop immers in gevaar.

Om de balans te herstellen zal contant geld met zijn tijd mee moeten gaan. Daarom riepen wij de politiek in 2015 op om te gaan experimenteren met digitaal contant geld. Die oproep blijkt nu enigszins te worden gehoord: minister Hoekstra kondigde deze week onderzoek aan naar ‘digitaal centralebankgeld’. Hoekstra, in zijn reactie op het WRR-rapport: ‘Dit stelt burgers en bedrijven in staat om te betalen met een digitale vorm van contant geld die direct overdraagbaar is (middels een ‘token’) of via een rekening bij de centrale bank.’

Dat is een ontwikkeling voor de lange termijn, waarvan we de eerste jaren nog geen concrete resultaten hoeven te verwachten. In Engeland en Zweden doen de centrale banken al langer onderzoek naar digitaal centralebankgeld. De eerste pilotmoet echter nog worden gestart. Particulier initiatief, zoals Facebooks ‘Libra’, zorgt intussen dat geld toenemend aan publieke controle ontglipt.

De consequenties van de voortgaande digitalisering van Geld lijken zowel de minister als de WRR te ontgaan. De WRR doet echter wel een belangrijke aanbeveling die de balans tussen publiek en privaat herstellen kan: invoering van een veilig alternatief voor de bankrekening.

Veilige haven voor giraal geld

Deze ‘veilige haven’ voor giraal geld kan volgens de WRR bijdragen aan een stabieler systeem: ‘Het feit dat men een daadwerkelijk alternatief heeft, zal een disciplinerend effect hebben op de bestaande banken. Het zal banken dwingen zich verantwoorder te financieren, met meer eigen vermogen (kapitaal) en vreemd vermogen met een lange looptijd. De creatie van geld en schuld door commerciële banken wordt op die manier ook beter begrensd.’ (WRR 2019 , p.237).

Dit advies is in lijn met de unanieme wens van de Tweede Kamer, die in 2016 overwoog ‘dat we Nederlanders de keuze willen geven om ook te kunnen sparen bij een instelling die het geld puur digitaal voor hen bewaart.’

De Tweede Kamer meende dat burgers de mogelijkheid moesten krijgen om geld op rekening aan te houden, zonder het als financiering te verstrekken aan een bank. Dat zou kunnen worden gerealiseerd door de burgers – direct of indirect – toegang te geven tot De Nederlandsche Bank (DNB). Daar hoeven geen nieuwe banken voor te worden opgericht, en ook geen digitale munten voor te worden ontwikkeld.

Technisch gezien kan dit systeem morgen worden ingevoerd, bijvoorbeeld door betaalinstellingen toegang te geven tot de betaalinfrastructuur van DNB. Dat is wat depositobank wilde. Ook voormalig Minister van Financiën Jan Kees de Jager wilde dit in 2012, in zijn geval om banken oneigenlijke marktmacht te ontnemen.[1] Betaalinstellingen zijn vandaag bij het aanbieden van betaaldiensten immers altijd afhankelijk van hun concurrenten, de banken.

Zowel depositobank als De Jager strandden in juridische details. Wij menen echter dat de veilige haven kan slagen indien de overheid het heft zelf in handen neemt. De overheid is namelijk vrijgesteld van beperkingen die een private veilige haven in de weg staan. Zij kan deze bovendien implementeren op een wijze die het vertrouwen in giraal geld niet ondermijnt. De achtergrond hiervan leggen wij uit in ons position paper ‘Veilige haven en gelijk speelveld voor giraal geld’, waarin we pleiten voor invoering van een persoonlijke veilige rekening.

Risicobeheersing door marktwerking

Uit de kabinetsreactie op het WRR-rapport blijkt dat minister Wopke Hoekstra het – in onze ogen – belangrijkste advies van de WRR naast zich neerlegt. Natuurlijk wil je, zoals de WRR het stelt, geen experimenten doen met de ruggengraat van de economie. Ook wij ambiëren dat niet. Maar de WRR stuurt er wel op aan om de ervaring op te gaan doen, die ons in staat stelt om het geldstelsel op verantwoorde wijze beter te maken. Voor de WRR is binnen het huidige stelsel de volgende crisis een gegeven. De vraag is niet of, maar alleen wanneer deze komt. Het stelsel schreeuwt om aanpassing aan het digitale tijdperk.

De veilige haven laat ons op beheerste wijze ervaring opdoen met prikkels die de burgers meer risicobewust maken, en banken blootstellen aan marktdiscipline. Dat zijn de basisingrediënten van een meer marktgeoriënteerde financiële sector, met gelijk speelveld voor kredietverlening en een overheid die uit haar verstikkende symbiose met de banken probeert te geraken.

Hoezeer die symbiose doordringt in de psyche van de minister, blijkt uit het argument waarmee hij de publieke veilige haven van de hand wijst. Hij ziet geen behoefte aan die veilige haven, omdat de overheid al in een depositogarantiestelsel voorziet. Volgens ons is dat het paard achter de wagen spannen. De veilige haven is niet alleen wenselijk om de burger te beschermen. Zij is er ook om hem keuzevrijheid te bieden, om overheidssteun aan het bankwezen af te kunnen bouwen, en om banken aan marktdiscipline bloot te stellen. Dat maakt ze scherper en sterker, en betekent ook dat ze failliet kunnen gaan.

Het verbaast ons dat het kabinet wil vasthouden aan marktverstorende staatssteun voor banken, geflankeerd door complexe en verstikkende regelgeving die bij elke volgende crisis weer achterhaald blijkt te zijn. Door een veilige plek te creëren voor giraal geld kan de overheid dit doorbreken, en kunnen depositogaranties worden afgebouwd. Rekeninghouders krijgen dan een prikkel om kritisch naar hun bank te gaan kijken. Dit geeft banken vervolgens een prikkel om zich verantwoorder te gedragen en groter eigen vermogen aan te houden.

Veel zaken die het kabinet meent op te lossen met toezichthouders, risicofondsen, (over)regulering en uiteindelijk de belastingbetaler als garantie, kunnen beter door marktprocessen worden gestuurd. Dan moet de overheid echter wel zorgen dat marktprocessen niet worden gefrustreerd. De veilige haven voor giraal geld is een belangrijke eerste stap. De ervaring die daarbij wordt opgedaan is nodig om op verantwoorde wijze tot systeemverbetering te komen en digitaal contant geld te ontwikkelen.

Edgar Wortmann (jurist en adviseur) en Martijn Jeroen van der Linden (voorzitter) van Stichting Ons Geld, 12 juni 2019. Oorspronkelijk gepubliceerd door Follow the Money.

Download als pdf.



[1] De Jager: 'Een belangrijk punt voor de verbetering van de concurrentiepositie van andere betaaldienstverleners dan banken, is het verlenen van rechtstreekse toegang tot clearing- en settlementsystemen. Naar huidig recht mogen banken wel en betaalinstellingen niet rechtstreeks lid zijn van clearing- en settlementsystemen. Dit volgt uit de zogenoemde Finaliteitsrichtlijn (Richtlijn 98/26/EG). Nederland vindt dat het juridisch kader zodanig zou moeten worden gewijzigd, dat betaaldienstverleners die een vergunning hebben en onder toezicht staan en voldoen aan bepaalde voorwaarden, direct lid kunnen worden van clearing- en settlementsystemen.' Zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112-1375.html