Vóór de coronacrisis stond het financiële systeem al op springen. Onhoudbare schulden hadden het danig ondermijnd. De lock-down heeft de schulden groter en onhoudbaarder gemaakt. Krijgen we onvermijdelijk een implosie? Of valt er nog wat te redden? In dit artikel schetst ik hoe de overheid een zachte landing realiseert.

Sinds de bankencrisis is vanuit de politiek gestuurd op bail-in: Het principe dat financiers de eerste klappen opvangen, voordat de overheid bijspringt met een bailout. Oud-minister Dijsselbloem was voorvechter van bail-in. Trots op wat hij in dat opzicht als voorzitter van de Eurogroep had bereikt hield hij de Ons Geld-boot af. Daarmee negeerde hij de unanieme wens van de Tweede Kamer om Nederlanders een veilige bewaarplaats te geven voor hun geld (TK 34346-13).

Bailout via de achterdeur

De centrale banken voerden intussen hun eigen beleid. Zij ontwikkelden instrumenten om financiers bailout te geven, ongehinderd door Dijsselbloems dromen over bail-in. Met die instrumenten houden ze banken en financiële markten nu kunstmatig overeind.

Centrale banken zijn buyer-of-last-resort geworden. Bezittingen die marktpartijen niet willen hebben nemen ze gretig over. Onhoudbare schulden die het financiële stelsel ondermijnen belanden op de centrale bank balans. Private financiers die deze schulden fabriceerden krijgen er euro’s (en dollars) voor. De publieke sector wordt opgezadeld met de risico’s. Zo ontspringen financiële goochelaars tijdig de dans.

Veilig alternatief

Wat is er intussen niet gebeurd? Datgene wat wij de Kamer adviseerden, de Kamer unaniem wenste en waarvan de WRR bevestigt dat dat een goed idee is: de invoering van een veilig alternatief voor de bankrekening.

Als dat veilige alternatief er was geweest hoefden we ons nu niet zo’n zorgen te maken over onhoudbare schulden. Wat failliet was zou failliet kunnen gaan zonder dat de euro in gevaar kwam. Bail-in en bailout zouden beide niet nodig zijn geweest. De normale faillissementsprocedures hadden kunnen worden gevolgd, waarbij crediteuren zelf de risico’s dragen die ze zijn aangegaan.

Lock-down

Het veilige alternatief is er echter nog steeds niet. Door corona lock-downs is de problematiek wel ingrijpend verergerd. Schulden zijn sterk vergroot net als de kans dat ze niet zullen worden voldaan. In hoog tempo worden risico’s naar de publieke sector geschoven. Europese technocraten trachten ze bovendien naar Europees niveau te tillen, zodat lidstaten voor elkaars schulden moeten opdraaien. Dat onderwerpt de Europese landen verder aan de macht van financiers en de Europese bureaucratie.

CBDC

Door de aanhoudende steunoperaties zijn centrale banken kwetsbaar geworden. Als de rente gaat stijgen komen zij, met de economie, in gevaar. De toekomst van centrale banken ziet er dan ook niet rooskleurig uit. Laat dat net het moment zijn waarop DNB met het idee komt dat iedereen bij haar een rekening mag openen (‘CBDC’). Dat bestendigt de socialisering van risico die via de centrale banken heeft plaatsgevonden. Als het financiële kaartenhuis straks instort ligt de rekening weer bij de argeloze burger. Financiële goochelaars hebben hun buit, met dank aan de centrale bank, dan al lang en breed veilig gesteld.

DNB wil hervorming van het geldstelsel

Red het geld, niet de banken

CBDC is dus ongewenst. Wat we nodig hebben is een veilige bewaarplaats voor giraal geld buiten het bankensysteem. We hoeven dan geen banken meer te redden. Iedereen kan zijn tegoeden dan redden (tot zeker bedrag, bijvoorbeeld 100.000 euro per persoon) door ze op zijn veilige rekening te zetten. Op deze manier kan het geld worden gered, zonder dat de overheid dat wat kost (afgezien van de kosten van het bieden van de veilige rekeningen, wat voor de overheid een profijtelijke aangelegenheid wordt).

Een veilige rekening voor iedereen

Grote schuldvermindering

Gezonde banken zullen zich dan moeten herfinancieren op een werkende markt. Lage en negatieve deposito-rentes komen op zo’n markt niet voor. Ongezonde banken, die zich niet marktconform kunnen herfinancieren, gaan dan tijdelijk aan het infuus van de centrale bank. De overheid realiseert vervolgens een zachte landing van het met schulden overladen financiële stelsel, door een grote schuldvermindering (modern debt jubilee). Deze is gebaseerd op versnelde afbetaling (dus niet afschrijving!) van schulden.

Dat gaat als volgt.

Versnelde afbetaling

Huishoudens krijgen van de overheid vouchers waarmee ze hun schulden bij de bank versneld kunnen aflossen. Banken kunnen deze vouchers vervolgens gebruiken om hun schuld aan de centrale bank af te lossen. Wie onvoldoende bankschuld heeft kan de overgebleven vouchers inwisselen voor aandelen in de centrale bank. Deze geven recht op een deel van de opbrengst van de resterende bezittingen van de centrale bank. Deze bezittingen zijn minder giftig geworden. De grote schuldvermindering zorgt namelijk dat veel hopeloze schulden alsnog worden betaald en de kans op wanbetaling kleiner wordt.

De grote schuldvermindering (modern debt jubilee)

Omvang van de schuldvermindering

De omvang van de grote schuldvermindering wordt bepaald door de mate waarin banken aan het infuus moeten. Dus hoe ongezonder de banken, hoe groter de schuldvermindering. Dat is ook logisch. De onhoudbare schulden moeten namelijk uit het systeem.

Aandeel in de bank

Zo haalt de overheid de samenleving uit de schuldenklem. Vanaf dan garandeert ze alleen nog het geld op de veilige rekening. Geld op de bank krijgt een vrije wisselkoers met de euro. Het gaat lijken op een aandeel in de bank. Als de bank winst maakt profiteer je mee. Als de bank verliest, verlies je mee. Als je geld veilig wilt sparen doe je dat op je veilige rekening.

De euro

Door invoering van nationale stelsels van veilige rekeningen in alle euro-landen, wordt de euro omkeerbaar. Na de grote schuldvermindering en met een omkeerbare euro kunnen de Europese landen dan in vrijheid kiezen of ze zich al dan niet willen verenigen in een federaal Europa.

Edgar Wortmann – 3 juni 2020.

Download als pdf