De NVB, de Nederlandse Vereniging van Banken, heeft “een maatschappelijk statuut opgesteld, de bestaande Code Banken vernieuwd en komen [de banken] met gedragsregels voor alle medewerkers.”. Hiermee wil ze laten zien:

(…) hoe zij dienstbaar en duurzaam willen bankieren. Met de introductie van een  maatschappelijk statuut, vernieuwing van de Code Banken en de invoering van gedragsregels voor medewerkers  laten banken zien waar zij voor staan en waarop zij aanspreekbaar zijn. De gedragsregels vloeien voort uit de bankierseed of – belofte die voor alle medewerkers van banken wordt ingevoerd, gekoppeld aan tuchtrecht. Op die manier wil de sector een bijdrage leveren aan het vertrouwen dat de samenleving in banken stelt.

In een vlaag van maatschappelijke betrokkenheid en transparantie vroeg ze in ‘een consultatieperiode’ om reacties op deze mooie nieuwe voornemens. Wij hebben uiteraard ook gereageerd. Het probleem met de stellingname van de NVB is echter de volgende. Door slechts een reactie te vragen op de nieuwe regels en het tuchtrecht van medewerkers (in plaats van het bestaansrecht van de instelling) wordt het ‘debat’ zo gepositioneerd dat het lijkt alsof alle problemen omtrent bankieren (en de rol van geld in de samenleving) stammen uit het interne beleid van banken. **Alsof we met meer straffen voor medewerkers en een ‘bankierseed’ een stabiele economie krijgen. **

Dit is een vernuftige strategie; immers zal er op deze manier niet gesproken worden over dat banken meer dan 94% van het geld kunnen scheppen uit het niets om dat vervolgens aan de bevolking uit te lenen tegen een rentevergoeding. Dat is het werkelijke probleem van de sector; de maatschappij is afhankelijk van krediet dat alleen door deze sector verleend wordt, en als de bevolking te diep in de schulden zit zal ze geen krediet meer kunnen uitnemen en dus zal er minder of te weinig geld in de economie zijn. Dat zullen leden van de NVB nooit kunnen onderkennen natuurlijk, dus zullen we me met hen moeten meebuigen. Onze reactie was de volgende:

Graag reageren wij op uw consultatie ‘Toekomstgericht bankieren’. Wij stellen het op prijs als u onze feedback op uw website publiceert.

In uw consultatiedocument ‘toekomst gericht bankieren’ wordt veelvuldig gesproken over de maatschappelijke rol van banken. Bankbestuurders worden geacht zich hiervan bewust te zijn. En ook bankmedewerkers dienen te zweren/beloven hun verantwoordelijkheid voor de samenleving te kennen. Alle reden dus om die maatschappelijke rol helder en eenduidig te definiëren.

Die definitie missen wij echter in uw document. Wel menen wij ingrediënten voor een dergelijke definitie te lezen in regel 33 – 35: “(…) het aantrekken van spaargelden en het uitzetten daarvan in de (reële) economie via beleggingen en leningen aan consumenten en bedrijven (…)” en in regel 138 – 139: “De maatschappelijke rol van banken komt onder meer tot uitdrukking in hun bijdrage aan de reële economie.” Het staat er o.i. echter te vaag en vrijblijvend. Hierop zijn banken niet aan te spreken.

Bovendien laat u het wezenskernmerk van de bank onbenoemd. Banken zijn geldscheppende en geldvernietigende instellingen. Het maatschappelijk belang daarvan is niet te overschatten. Het bevreemd ons dan ook dat dit niet centraal staat in uw document. Wij constateren dat uw invulling van de maatschappelijke functie van banken tekortschiet. Hoe kunnen bankbestuurders en -medewerkers worden geacht rekening te houden met de maatschappelijke rol van banken indien deze niet helder onderwezen wordt?

Onze suggestie is om vooreerst de maatschappelijke rol van banken helder en afdoende te formuleren. Waarbij geldschepping en geldvernietiging door banken o.i. voorop dient te staan. Op basis daarvan kan worden bekeken wat moet gebeuren om stabielere, dienstbare en betrouwbare banken te krijgen. Een volgende suggestie is om die uitwerking van de maatschappelijke rol van banken breed en begrijpelijk uit te dragen, zodat de samenleving de banken erop kan aanspreken.

Wij achten het ook beter dat banken hierop worden aangesproken, dan dat de aandacht wordt afgeleid naar (tuchtrechtelijke) sanctionering van individuele bankmedewerkers. Maatschappelijk gezien achten wij dat laatste van minder belang. Invoering van tuchtrechtspraak zien wij overigens niet als vergroting van transparantie en het afleggen van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wij vatten het eerder op als middel om onregelmatigheden buiten de publieke belangstelling te houden en volgens eigen interne normen af te handelen.

Door de maatschappelijke rol van banken helder en correct te formuleren schept u een kader waarop u zelf kunt worden aangesproken. Op uw beurt heeft u dan ook het kader waarop u uw eigen medewerkers kunt aanspreken. Zonder dat kader zien wij geen nut in een maatschappelijk statuut. En nog minder in eigen bancaire tuchtrechtspraak. Formulering van dat kader lijkt ons daarentegen maatschappelijk van het grootste belang. En bovendien de randvoorwaarde om uw sector daadwerkelijk en ook voor de lange termijn stabiel, dienstbaar en betrouwbaar te doen worden. Wij hopen dat u onze feedback in overweging neemt en dat het mag bijdragen aan de aanscherping van uw maatschappelijk statuut en de flankerende regelgeving. Wij zijn graag tot een nadere toelichting bereid.

Andere noemenswaardige reacties zijn gestuurd door:

  • Coalitie maatschappelijke partijen
  • Consumentenbond
  • De Unie
  • EUMEDION
  • GroenLinks expertgroep monetaire economie
  • Oogvereniging/ Ieder(in)
  • Platform Duurzame & Solidaire economie
  • Stichting Ons Geld
  • Sustainable Finance Lab
  • VNO NCW