Het burgerinitiatief Ons Geld heeft geldschepping op de agenda gezet. Maar wat is geldschepping eigenlijk? De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) gaf in reactie op het burgerinitiatief onlangs een definitie. Maar die verschilt wezenlijk van wat Stichting Ons Geld met geldschepping bedoelt.

De NVB definieert geldschepping als volgt:

“Geldschepping betekent dat de hoeveelheid geld in handen van het publiek - particulieren, ondernemingen en overheid – toeneemt; banken horen, als geldscheppende instellingen, niet bij het publiek. Geld ‘in de kluis’ van een bank telt dus niet mee bij de geldhoeveelheid.”

Deze definitie is in lijn met wat economische leerboeken doceren. Wel moeten de volgende aantekeningen worden gemaakt. De Rijksoverheid behoort niet tot ‘het publiek’. En banktegoeden van de Rijksoverheid worden niet tot de maatschappelijke geldhoeveelheid gerekend. Girale betalingen van de Rijksoverheid leiden derhalve tot toename van de hoeveelheid geld in handen van ‘het publiek’. Economen noemen dat dan ‘geldschepping’.

Nieuw of bestaand

Scheppen is volgens Van Dale ‘voorbrengen uit het niets’. Het gaat om creatie van iets wat er voorheen niet was. Maar economen houden zich niet aan Van Dale. Hun leerboeken gebruiken het woord ‘geldschepping’ voor iets wat niet noodzakelijk ‘schepping’ hoeft te zijn. Het gaat dan om toevoeging van geld aan de maatschappelijke geldhoeveelheid, oftewel het brengen van geld ‘in handen van het publiek’. Economen interesseert het daarbij kennelijk niet of er nieuw of bestaand geld aan de omloop wordt toegevoegd. Het wezenlijke ‘scheppen’ van geld laten ze buiten beschouwing. Ze richten zich op het beschikbaar komen van geld (nieuw of bestaand) voor ‘het publiek’.

Het was zuiverder als economen zouden spreken van ‘geldtoevoeging’ of ‘-beschikbaarstelling’ in plaats van ‘geldschepping’. De schepping van het geld behoort immers niet tot de essentie van wat ze met ‘geldschepping’ bedoelen. Dit onzuivere woordgebruik van economen leidt tot verwarring.

Realiteitswaarde

Illustratief daarvoor is een artikel van Jean Wanningen op FTM. Wanningen stelt dat de financiële huishouding van de overheid louter monetair is. Dat wil zeggen: deze zou zich geheel richten op schepping en vernietiging van geld. Belastinginning door het Rijk is onttrekking van geld aan het publiek. Dit noemen economen dan ‘geldvernietiging’. Uitgaven van het Rijk brengen daarentegen geld in handen van het publiek. Dit noemen economen dan ‘geldschepping’. Binnen het onzuivere woordgebruik van economen is de zienswijze van Wanningen correct. De realiteitswaarde ervan is echter nihil.

Het is de overheid in Europees verband niet toegestaan om giraal geld te scheppen. Dit is het domein van banken en geldmarktfondsen. Het girale geld waar de overheid zich van bedient is dan ook nimmer ‘geschapen’ door de overheid. De overheid heeft het ter beschikking vanwege de banken. Een betaling per bank, door het Rijk, valt nooit samen met de schepping van nieuw geld. Het is altijd gebruik van bestaand -door banken gecreëerd- giraal geld. Gebruik van het woord ‘geldschepping’ is hier dan ook geheel misplaatst. Het leidt tot babylonische verwarring waar Wanningen ons bijvoorbeeld op trakteert. Het onttrekt de werkelijke schepping van geld aan het zicht.

Scheppingsdaad

Economen denken dan ook nauwelijks na over de schepping van geld. Voor hen is het er gewoon. Economen beginnen pas mee te denken vanaf een punt na de scheppingsdaad, waarop het geld ‘voor het publiek’ beschikbaar komt. Dit mag verklaren waarom de voorspellende waarde van economische theorieën zoveel te wensen overlaat. Economen zijn getraind het meest wezenlijke element van hun wetenschap, de waarde-eenheid en de oorsprong daarvan, te negeren.

Stichting Ons Geld doet dat niet. Ze vestigt er juist de aandacht op. Voor Stichting Ons Geld betekent geldschepping de schepping van nieuw geld. Dat is helder woordgebruik. De scheppingsdaad is te onderscheiden van het gebruik (de ‘toedeling’ of 'allocatie') van geld. Dit onderscheid is zelfs essentieel. Stichting Ons Geld wil namelijk dat de bevoegdheid om geld te scheppen wordt gescheiden van de bevoegdheid om dat geld toe te delen. Degene die beslist over de geldschepping mag geen belang hebben bij het gebruik ervan.

In het huidige monetair bestel zijn geldschepping en -toedeling verstrengeld. Ze worden beide commercieel geëxploiteerd door banken. Dat geeft het bankwezen een buitensporige macht. Stichting Ons Geld acht dat een zeer onwenselijke situatie die hoognodig moet worden aangepakt.

Constitutionele macht

De stichting stelt voor de geldschepping in handen te geven van een constitutionele overheidsmacht, onafhankelijk van de politiek, te vergelijken met de rechterlijke macht. Deze geldscheppende instelling wordt verantwoordelijk voor het beheer van de totale geldhoeveelheid. Dit gebeurt louter en alleen uit algemeen belang. Deze instelling staat geheel buiten de toedeling van het geld. Die toedeling is aan de markt en in zekere mate ook aan de politiek. Deze beoogde constitutionele monetaire sturing is neutraal en faciliterend. Het moet zorgen voor een gelijk en optimaal speelveld, op basis waarvan ‘de markt’ kan floreren.

De schepping van nieuw geld is een verantwoordelijkheid en een bevoegdheid. In het huidig bestel is dit echter aan het zicht onttrokken. De geldscheppingsbevoegdheid is niet uitdrukkelijk toegekend. Het bankwezen heeft zich deze bevoegdheid toegeëigend. Het exploiteert haar voor eigen gewin. De banken worden er maatschappelijk niet op aangesproken hoe ze deze bevoegdheid hanteren. Evenmin worden ze erop afgerekend. Het burgerinitiatief Ons Geld brengt de bevoegdheid tot geldschepping onder de aandacht. Het wil dat de overheid ‘het exclusieve recht op geldschepping herneemt’. Het woord ‘geldschepping’ moet daarbij letterlijk worden genomen, en niet zoals het door economen onterecht wordt gebruikt.

Exclusieve geldschepping door de overheid zou voor banken betekenen dat ze niet langer kunnen opereren op ‘zelfgemaakt geld’. Ze zullen het moeten gaan doen met het geld dat door de overheid in omloop is gebracht. Hoe banken vervolgens zorgen voor de toedeling van dit geld adresseert het burgerinitiatief niet. Dat is aan de banken zelf, en aan de markt, die die banken zal belonen die dit het beste doen.

Edgar Wortmann en Luuk de Waal Malefijt namens Stichting Ons Geld. Stichting Ons Geld is één van de initiatiefnemers van het burgerinitiatief Ons Geld.

Oorspronkelijk geschreven voor follow the money.

Download als pdf