Stichting STRO en Ons Geld gaan samenwerken aan de ontwikkeling van een coöperatieve kredietinstelling die functioneert op basis van circulair geld. In dit artikel beschrijf ik waarom dat past bij de doelstelling van Ons Geld.

Ons Geld bepleit de scheiding van publieke en private belangen in het monetair-financiële stelsel. Dat heeft een publieke en een private kant. Tot dusver is vooral de publieke kant belicht. Verandering op dat vlak vergt dat de politiek in beweging komt. Deze moet zorgen dat de overheid weer zelf geld gaat scheppen, en ophoudt met het steunen van private geldscheppers.

Private geldschepping

Dit wil echter niet zeggen dat private geldschepping niet meer zou mogen. Integendeel. Private geldschepping kan de geldhoeveelheid optimaliseren zodat de samenleving ten volle kan bloeien. Daarvoor moet de private geldschepping echter wel anders worden georganiseerd: zonder staatssteun en andere perverse prikkels. In samenwerking met stichting STRO gaan wij laten zien hoe dat kan.  

Op basis van jarenlange ervaring met lokale geldstelsels heeft STRO een concept ontwikkelt voor coöperatieve geldschepping zonder winstoogmerk. Een dergelijk geldstelsel kan naast en in samenhang met de euro bestaan. Het zorgt dat schaarste aan euro’s niet in de weg staat aan coöperatieve welvaartsontwikkeling.

Een eigen munt

Dergelijke geldstelsels bestaan over de hele wereld. Het worden barter-netwerken genoemd. Vooral in Italië (Sardex), Zwitserland (WIR) en Noord-Amerika hebben barter-netwerken zich bewezen door tijdens crises de economie op gang te houden. Dat is geen overbodige luxe nu de eurozone afstevent op een grote depressie.

Barter-netwerken maken gebruik van een munt die door het netwerk zelf wordt uitgegeven. Deze staat los van de algemene munt, zoals de euro, en kan ook niet tegen euro’s worden ingewisseld. STRO en Ons Geld willen de coöperatieve geldschepping echter op een hoger plan tillen door uitwisseling met de euro wel mogelijk te maken. STRO noemt dit ‘circulair geld’.

Circulair geld

Circulair geld dient als betaalmiddel binnen een coöperatieve gemeenschap. Het wordt bovendien gebruikt voor renteloze kredietverlening binnen die gemeenschap. Ook kan het worden ingewisseld voor euro’s voor gebruik buiten de gemeenschap. STRO noemt het ‘circulair’ omdat het zo is ontworpen dat het vooral binnen de eigen gemeenschap circuleert. Dat stimuleert gebruik van hulpbronnen uit eigen kring en toepassing van circulaire productieprocessen. Omwisseling in euro’s gebeurt alleen als aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Circulair geld is om verschillende redenen interessant voor Ons Geld. Het is een voorbeeld van maatschappelijk verantwoorde geldschepping en illustreert bovendien hoe het  bestaande geldstelsel kan worden gereorganiseerd.

Monetaire hervorming

In het huidige geldstelsel scheppen banken geld (‘tegoeden’) waarvoor de overheid vervolgens garant moet staan. In het door ons beoogde geldstelsel doet de overheid dat echter niet meer. Zij gaat daarentegen zelf weer geld scheppen en borgt alleen nog het geld dat ze zelf in omloop heeft gebracht.

Private geldvormen (zoals tegoeden) krijgen dan geen staatssteun meer. Ze worden daarentegen onderworpen aan marktwerking. Dat wil zeggen dat ze een vrije wisselkoers krijgen met de euro. Ze kunnen dan nog wel als betaalmiddel worden gebruikt, maar zijn niet altijd evenveel waard als de euro. Ze kunnen meer waard worden, maar ook minder. In dat verband spreken we over demonetarisering van tegoeden.

Bancaire tegoeden worden dan niet meer kunstmatig in een 1 op 1 koersverhouding gehouden met de euro. Er komt een duidelijk verschil tussen door de overheid in omloop gebracht geld (de euro) en liquiditeiten (‘stores of value’) die door private partijen in omloop worden gebracht, zoals euro-tegoeden.

Demonetarisering van tegoeden

Demonetarisering van tegoeden is makkelijker gezegd dan gedaan. Het gaat namelijk om persoonlijke niet-verhandelbare geldvorderingen ter grootte van een bepaald nominaal bedrag, bijvoorbeeld 100 euro. Waarom zou de bezitter van zo’n vordering (van 100 euro) onder omstandigheden genoegen nemen met minder dan dat bedrag (bijvoorbeeld met 90 euro in plaats van 100)? Toch is dat wat er gebeurt als de overheid niet meer garant staat voor bancaire geldtegoeden.

Dit vergt dat deze tegoeden dan zodanig worden gestructureerd dat ze onder normale omstandigheden weliswaar 1 op 1 uitwisselen met de euro, maar dat hun waarde daalt naarmate het vermogen van de bank onvoldoende is om die 1 op 1 inwisselbaarheid voor alle uitstaande tegoeden waar te maken.

Circulair geld geeft hier invulling aan. Weliswaar is 1 op 1 uitwisselbaarheid met de euro het doel. Maar als dit op grond van het vermogen van de uitgevende instelling, een coöperatie, niet haalbaar is wordt deze waarde-eenheid (tijdelijk) gedevalueerd. Alle bezitters van circulair geld delen naar gelang van hun circulair-geldbezit in dit risico. Op deze wijze kan circulair geld het stellen zonder staatssteun. Ook valt de reden weg voor prudentieel (DNB/ECB) toezicht. Volstaan kan worden met gedragstoezicht van de AFM.

Circulaire kredietverlening

Circulair geld wordt geschapen door een gemeenschap van ondernemers en afnemers die zijn verenigd in een coöperatie.[1] Deze geldschepping is gebaseerd op kredietverlening en zorgt dat de deelnemende ondernemers desgewenst extra omzet kunnen maken. Het stelsel is zodanig ontworpen dat de nadelen van het huidige op schuld gebaseerde geldstelsel worden vermeden.[2] Zo blijven rente, staatsteun en overmatige geldschepping achterwege.

Bij kredietverlening wordt eenmalig een bedrag in rekening gebracht ter dekking van het risico. Voor het overige worden eventuele verliezen op vooraf bepaalde wijze geabsorbeerd door de bezitters van het circulaire geld. Daartegenover staat dat deze bezitters kunnen delen in de winst. Over circulair geld wordt geen rente uitgekeerd. Mogelijk wel dividend.

Sturing van onderop

De circulaire geldschepping is dienstbaar aan de gemeenschap. Zij geschiedt niet op commerciële grondslag en wordt niet gestuurd door het winstoogmerk van de coöperatie. De sturing komt van onderop. Dat komt doordat de prijs voor de kredietverlening wordt betaald door de ondernemer die extra omzet krijgt door die kredietverlening. Als deze ondernemer geen capaciteit beschikbaar heeft zal hij niet bereid zijn om die prijs te betalen en gaat de kredietverlening niet door. Als de extra omzet hem daarentegen gelegen komt zal hij wel bereid zijn daarvoor iets te betalen. De hoogte van de prijs hangt daarbij niet af van de wens om extra omzet te maken, maar van het risico dat aan het krediet verbonden is.

In dit stelsel zijn het risico en de beschikbare productiecapaciteit bepalend voor de kredietbeslissing. Deze beslissing is het resultaat van overeenstemming tussen drie partijen: de afnemer die krediet neemt, de ondernemer die de prijs voor het krediet betaalt en de coöperatie die deze prijs bepaalt en ontvangt. Zodoende wordt alleen krediet verleend voor zover daar gelet op de productiecapaciteit behoefte aan is. Daardoor wordt ook nooit meer krediet verleend dan nodig is om de coöperatieve economie draaiend te houden. Van prijsopdrijving door geldgroei is dan ook geen sprake.

Rente

De prijs van het krediet wordt niet gedragen door de kredietnemer, maar door degene die dankzij het krediet extra waarde kan creëren. Die prijs is onafhankelijk van de looptijd en wordt bij aanvang van de kredietverlening direct voldaan. De opbrengst ervan komt toe aan de gemeenschap die in ruil daarvoor ook het risico van wanbetaling draagt.

In het circulaire geldstelsel worden geldleners dus niet belast met rente. Dat verkleint de ongelijkheid en maakt het makkelijker om mee te doen aan het economische verkeer binnen de gemeenschap. Geldleners worden niet als melkkoe gebruikt. Wat ze lenen moeten ze terugbetalen. Ze hoeven echter niets extra’s te betalen omdat ze nu eenmaal moeten lenen.

Optimalisering van de geldhoeveelheid

Met circulair geld kan kredietverlening gaan werken zoals veel economen zich dat inbeelden. Zij stellen zich namelijk voor dat de optimale geldhoeveelheid door marktwerking tot stand komt. Daarbij zien ze echter over het hoofd dat er in de reguliere kredietverlening nauwelijks marktwerking is. Banken domineren de kredietverlening door marktverstorende privileges en overheidssteun. Dat geeft hun vrij spel om de geldpers voor eigen gewin te exploiteren, wat veelal uitmondt in uitbuiting, prijsopdrijving en speculatie. Onderwijl wordt de reële economie door de commerciële geldscheppers onvoldoende bediend.

Circulair geld, daarentegen, biedt een gebalanceerd stelsel dat erop is gericht de geldomloop te optimaliseren. Daarbij staat niet de winst van de coöperatie centraal, maar het belang van de deelnemers om extra omzet te verkrijgen en producten en diensten af te nemen. Eventuele overwinst van de coöperatie vloeit terug naar de deelnemers. Het is immer hun gemeenschappelijke onderneming.

Geld als middel

Door individuele beslissingen van de deelnemers wordt de circulaire geldhoeveelheid afgestemd op de behoefte aan geld binnen de gemeenschap, gegeven het productievermogen van die gemeenschap en het potentiële beroep dat daar binnen die gemeenschap op wordt gedaan. Bedoeling ervan is om te zorgen dat geld niet de beperkende factor is bij welvaartsontwikkeling. Dat doet namelijk onrecht aan de menselijke vrijheid en het menselijk potentieel tot waarde-creatie. Beperkingen uit morele of milieu-overwegingen dienen voort te komen uit eigen ethiek en algemene normstelling. Niet uit geldgebrek. Dat laatste werkt juist negatief voor het milieu, daar het noopt om genoegen te nemen met mindere kwaliteit en lagere efficiëntie.

Samenwerking met STRO

In deze door STRO ontwikkelde vorm van circulair geld ontvouwt zich de private kant van de geldhervorming die Ons Geld beoogt. Bij de publieke kant is het de overheid die van gedrag moet veranderen. Dat proberen wij gedaan te krijgen via democratische processen. De wijziging aan de private kant kunnen we zelf doen. Daarom is Ons Geld zeer gemotiveerd om met STRO de handen ineen te slaan om van circulair geld een succes te maken.

Coöperatieve kredietinstelling

Het plan is om een coöperatieve kredietinstelling tot ontwikkeling te brengen waarin risico op een verantwoorde en transparante wijze wordt genomen en zonder perverse prikkels door alle deelnemers wordt gedragen, in verhouding tot hun belang in deze instelling. Op basis van een eerste verkenning hebben we vastgesteld dat dit mogelijk is. Volgende stap is om hierover in overleg te treden met de toezichthouders: De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Daartoe moet het plan gedetailleerd worden uitgewerkt en juridisch beargumenteerd. Dat is gespecialiseerd werk waar we geld voor nodig hebben. Daarom doen wij een bijzondere oproep voor donaties. Ons streefbedrag is 15.000 euro. Met dat bedrag denken we genoeg brandstof te hebben om de toezichthouders te kunnen overtuigen. Daarmee leggen we dan de basis voor een snelle uitrol van circulair geld in Nederland.

Oproep

Mocht u enig bedrag kunnen missen en willen doneren, dan graag! Dan gaan wij aan de slag om maatschappelijk verantwoorde circulaire geldschepping te realiseren. Over de voortgang doen we regelmatig verslag, we gaan in gesprek met DNB en AFM en zonodig ook met politici. Als de lichten straks op groen staan kunnen we Nederland laten bloeien op basis van circulair geld en renteloos krediet.

Edgar Wortmann – 16 april 2020, revisie 22 april 2020.

Download als pdf


[1] Het ontwerp van het circulaire geldstelsel gaat uit van meerdere gemeenschappen die via een centrale coöperatie met elkaar verbonden zijn. Deze coöperatie geeft de eenheden uit waarop het circulaire geld is gebaseerd. Elke gemeenschap kan haar eigen positie binnen dit grotere geheel innemen door te zorgen dat het circulaire geld dat vanwege die gemeenschap in omloop is gekomen bij voorkeur ook binnen eigen kring circuleert. Ook kan het de betaalkracht van het zelf in omloop gebrachte circulaire geld buiten de eigen kring via een afslag verminderen.

[2] Zie voor de nadelen van het huidige op schuld gebaseerde geldstelsel ‘Geld en schuld in vogelvlucht’.